
Heyhey allemaal,
Waar we vorig jaar nog compleet uitgedroogd uit onze stacaravan werden gebrand door de aanhoudende hitte die de Helios (de zon) van vorige juli met zich meebracht, begon dit jaar de maand verrassend koud, wat eigenlijk wel aangenaam is wanneer je met isolatie aan de slag gaat. Het is ook wel eens lekker als het weer overeenkomt met de werkzaamheden die er moeten gebeuren:). Dankjewel “Weer” weer deze keer (zeg die zin maar een paar keer snel achter elkaar, haha(a).
De binnenisolatie bij Pat konden we dan ook heel snel en zonder al te veel zweten (wat fijn is, want de houtvezelisolatie kan niet tegen te veel vocht:p) afronden, waarna de start met de buitenisolatie ook zeer voorspoedig ging. Wellicht kwam dat laatste ook vooral omdat we bij Pat van onderen naar boven toe werkten, en zodoende dus de zwaartekracht niet tegen ons keerde(a) (hmmm, nu ik eraan denk, misschien was er ook nog geen god(in) van de zwaartekracht, omdat dat idee vóór Newton nog niet bestond toentertijd…?). Hierdoor was het veel makkelijker om de isolatieplaten tijdelijk (en zonder dat iemand er de hele tijd bij hoefde te staan om het vast te houden) te fixeren op de plaat eronder en deze vervolgens af te tekenen op de gevels zelf, in plaats van dat alles honderd keer opgemeten hoefde te worden. “Much smart”, haha:). We blijven natuurlijk zoveel als mogelijk is (en wat we überhaupt nog op de juiste momenten weten te onthouden) de wijze leerlessen van mijn huisje implementeren, al zijn er natuurlijk ook altijd weer andere complicaties die komen kijken bij gewijzigde werkmethoden, zoals onder andere (en wederom bewerkstelligt door de meest irritante vogel aller tijde a.k.a. de houtduif) een compleet besmeurde (inclusief een randje wolisolatie aan de buitenkant en enkele gevelplaten aan de binnenkant van het tiny huisje) kachelpijpdoovoer…omdat we bij Pat niet het dak eerst dicht hebben gemaakt. Ik heb geen idee wat die houtduif heeft gegeten en of die dit heeft overleefd, want man het moet er met een enorme kracht uitgekomen zijn en wat was het veel en hardnekkig, waardoor het heel lastig schoon te maken was…(a).
De rest van de weekenden in juli stonden zo goed als volledig in het teken van de afronding van de buitenisolatie bij Pats tiny huisje (en hier en daar een beetje in het doen van spontane auditie voor een nieuwe actiefilm: ”Get to the chopper” gemixt met een beetje “say hello to my little friend” (en nee, dat is natuurlijk geen sigaret (Laurens), maar de dop van de kitspuit die ik in mijn mond heb – je dacht toch niet dat ik door het vele klussen was gaan roken hè en zeker niet zo dichtbij de houtvezelisolatie(a). Het zou mij overigens totaal niet verbazen als dat zo nu en dan hier en daar wel voorkomt…)), waarbij we regelmatig en al apenkooiend geholpen werden door Ray (ik weet trouwens niet of dat mondkapje zo echt goed zijn werk kan doen Ray…(a)) en…aghumaghum…zogenaamd door Marc die veel van zijn vrachtwagenritjes bij ons in de buurt had en in vier dagen welgeteld één hele buitenisolatieplaat heeft aangegeven, haha. Natuurlijk was de camera daarbij om dat vast te leggen en kan hij in zijn latere speeches weer zeggen dat hij een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan de vorderingen van onze tiny huisjes en dat het bouwen van de tiny huisjes zonder zijn hulp nooit was gelukt…:p (hihi, big love, Marci(k)), zodat we op de laatste dagen van juli alle dampfolies op maat konden snijden op kantoor, daarnaast Pats kachelpijpdoorvoer grotendeels dicht konden maken (met name tegen de houtduiven natuurlijk, hihi) en tot slot alvast een beginnetje konden maken met het aanbrengen van de dampfolies.
Doordeweeks was ik verder vooral bezig met het houtwaxoliën van de binnenkant van mijn tiny huisje door de ene keer weer op te stijgen op de ladder en boven het hoofd te werken en vervolgens vlak boven de grond op de hurken of de knietjes over de vloer te schuifelen (de audities gingen hier respectievelijk verder natuurlijk met: “My precious…” en “Oohw sing sweet Nightengale”). Je kunt goed zien (al doen de foto’s geen enkel recht aan de dynamiek van het licht op de diverse oppervlakken (denk weer aan Komorebi)) wat de Osmo Amber doet met de vloerplaten en juist niet lijkt te doen op de plekken waar lijmresten zitten. En ook dit was zoals gewoonlijk weer een experiment natuurlijk, maar ik vind het in ieder geval heel tof om te zien hoe de vloer op sommige plekken al deels versleten lijkt te zijn, wat ook enorm helpt tegen het normaliter vervelende eerste deukje, krasje of wat dan ook op nieuwe spullen, want als je dat van tevoren al hebt geïmplementeerd, dan is dat “aahh shit-momentje” op voorhand al uitgesloten. Tot slot draagt het verder natuurlijk ook weer bij aan het algehele Wabi-sabi-concept, dus drie- of zelfs vierdubbel jeej hier:).
En om niet al te high te worden van de combinatie van hitte en dampen, wisselde ik dit alles zo nu en dan af met een klein experimenteel zijprojectje, namelijk het maken van kleine Koroks (je weet wel, van Zelda (de Nintendo-game, mensen…)) uit resthout en restjes Osmo, maar ook het af en toe zorg moeten dragen voor een enkel gedesillusioneerd vogeltje, die zo nu en dan tegen de ruit van de schuur van mijn ouders vlogen. Ik denk dat het nieuwe gebouw staat op de normaliter voor hun bekende vliegroute. Gelukkig vlogen ze na een tijdje ogenknijpen, wat drinken en wat eten altijd weer rustig weg, jeeej:), en konden wij (mede ook natuurlijk doordat Charlie (dat hondje dichtbij de branding) weer een tijdje is komen logeren, die overigens echt helemaal fan is van het strand) de maand juli met een gerust hart afsluiten en uitkijken naar wat augustus voor ons in petto zou hebben. Doeidoei iedereen:).




















